Als ik hem hoorde dacht ik altijd: daar komt little Lord Fauntleroy. Little Lord Foundleroy was een jongetje uit een boek, dat altijd vertrouwelijk aan de voeten van zijn adellijke grootvader zat te babbelen. Die grootvader was een man die altijd in een schommelstoel zat met een geruite plaid over zijn jichtige benen. Hij had een heel vertrouwelijk contact met zijn kleinzoontje opgebouwd. Zoiets hadden Ronny en ik. Ik was toen ongeveer 18 jaar.
Toen kon ik nog niet vermoeden welk een traumatische rol ik in het leven van dat kind zou spelen. Van de ene op de andere dag kreeg ik een oproep om mij te melden voor Westerbork en dook onder met mijn gezin. Zonder afscheid te nemen was ik plotseling uit zijn leven verdwenen. Pas 50 jaar later heb ik gehoord wat dat voor hem betekend heeft.
Later in mijn praktijk als psychiater en kinderpsychiater heb ik veel mensen en mensjes gezien waarbij de plotselinge scheiding van geliefde personen in hun jeugd, diepe lidtekens in hun ziel hebben achtergelaten.
Als dan, bovenop al dat verdriet en verlies van vertrouwen en geborgenheid in het bestaan, steeds weer nieuwe scheidingen plaatsvinden zijn de lidtekens des te dieper. Dat overkwam dit jongetje uit dit boek.
Steeds opnieuw verdwenen de Joodse vriendjes uit zijn klas. En tenslotte werd hij nog beroofd van Willy een jongetje waarvan hij het onderduikadres had ontdekt en waar hij stiekem elke dag ging spelen. Tenslotte werd ook dit onderduikadres verraden en was Willy van de ene op de andere dag verdwenen. Hij begreep dat er iets ergs met Willy was gebeurd en is levenslang op speurtocht gegaan naar de verdere levensloop van Willy.
Het verzet dat de overgebleven jongetjes op straat voerden levert allerlei spannende en hartverscheurende avonturen in dit boek op. Mag het een wonder heten dat Ronny die mij pas na 50 jaar heeft teruggevonden, en die in de oorlog via zijn vader die verzetsstrijder was veel andere trauma’s heeft meegemaakt, daar ook duidelijke symptomen van heeft overgehouden?
Ik noem u er twee van
1. Nu nog, als ik ziek ben, durft Ronny niet mijn ziekenhuiskamer in voordat Mirjam door het ziekenhuisraam heeft gewenkt dat ik echt niet op sterven lig.
2. Toen Mirjam mij belde dat burgemeester Cohen mij het eerste exemplaar van haar boek zou aanbieden, hoorde ik Ronny op de achtergrond roepen: ‘Als ze dan nog maar leeft.’
Ik vertel dit zo uitgebreid omdat ik hoop dat dit ontroerende kinderboek ook door volwassenen zal worden gelezen.
Het zou verplichte lectuur moeten worden voor hulpverleners aan getraumatiseerden, ook minister Nawijn, zou er uit kunnen opsteken dat je asielzoekers niet al die onzekerheid mag aandoen. 5000 asielzoekers de ene dag te beloven dat ze mogen blijven om dat de volgende dag te herroepen...
Als ik dit alles zeg denk ik aan de vele miljoen kinderen die overal op de wereld in de meest afgrijselijke omstandigheden ook nog gescheiden worden van hun vertrouwde en geliefde personen.
Met ontzetting heb ik 14 dagen geleden via de radio gehoord dat op een school in Kortenhoef midden in de les en asielzoekerskind door de politie (of zo iemand) uit de klas geplukt werd en in een auto werd gedaan. Het gezin werd die dag het land uitgewezen. De hele klas was ontzet. Andere asielzoekerskinderen raakten totaal in paniek. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat veel van de kinderen van die school nog slaapstoornissen enzovoorts hebben.
Hulpverleners, lees dit boek!
Mirjam, Freud had gelijk toen hij een eeuw geleden al schreef dat kunstenaars beter dan gedragswetenschappers de roerselen van de menselijke ziel kunnen beschrijven Je hebt een ontroerend, nuttig en toch heel spannend boek geschreven!
Toen ik Ronny na 50 jaar terug zou zien verwachtte ik een lange slanke aristocratische man in een blauw kostuum te ontmoeten. Tot mijn verbazing zag ik een man, met het postuur, de kleding en de houding van het verzetsbeeld De Dokwerker. Dat heeft het leven dus van hem gemaakt: Ruwe bolster blanke pit die nog altijd strijdt voor de onrechtvaardige behandeling in deze wereld.