De Nazi’s pikten al het joods bezit in. Persoonlijke dingen als foto’s, brieven en dagboeken werden vernietigd. Via de niet-joodse familie van de man van Willy’s oudste zus Sophie, vonden we de eerste foto van Fietje zoals ze werd genoemd. Mirjam en Ronald hoopten op een trouwfoto waar Willy op stond. Maar nee.
Alleen Willy’s broer George (Sjors) overleefde de oorlog. Hij bleek echter tien jaar terug te zijn overleden, kinderloos. Zo ontdekten wij wel waar hij ondergedoken zat. “Misschien heeft een opa of oma in Den Haag die voor de oorlog bij Willy in de klas zat nog een klassenfoto waar Willy ook op staat!”, zei Mirjam ineens.
Het onderduikhuis van Sjors
De journaliste Maaike Oppier plaatste toen een oproep in de Haagsche Courant: onder de titel: ‘Dramatische zoektocht naar Willy van Biene.’ Er kwamen een hoop reacties. Veel lezers bleken zich nog dagelijks schuldig te voelen omdat een vriendje of vriendinnetje er ineens niet meer bij mocht horen. Ze hadden zo graag wat willen doen. Maaike hoorde nu pas van haar moeder dat ze nog elke dag wakker wordt met de gedachte aan haar beste vriendin. Maar daarover had ze nog nooit gepraat. Via een notaris vonden we een vroegere hulp van Willy’s oudere broer George. Daar zat Ronald ineens ontroerd met in zijn handen het enige dat over was uit het huis van Willy, een beeldje van een hondje...We kregen het testament van George, een foto met zijn zussen onder een paraplu. Willy stond er niet op, hij was een nakomertje...
Ineens belde mijn Haagse moeder: ‘Irma, een kennisje van mij is even oud als Willy, ze heeft een klassenfoto waarop Willy misschien staat,’ riep ze opgewonden. Wij er meteen heen. Irma Eversdijk liet ons een foto zien. ‘Jaren geleden ontmoette ik in een speelgoedmuseum een Haagse vrouw, Clary Keren die was geëmigreerd naar Israël. Ineens flapte ik eruit: ‘ken jij misschien Els S.? Zij was mijn hartsvriendinnetje maar moest van school omdat ze joods was.’ 'Els zat bij mij in de klas,’ antwoordde Clary. ‘Ik zal je een klassenfoto sturen van de school in de Haagse Bezemstraat.’ Op 26 oktober 2002 stond de klassenfoto vet op de voorpagina van de Haagsche Courant: Willy is gevonden. Het was het gesprek van de dag.
Een lezeres die reageerde was mevrouw Harteveld (ze is te zien in het filmpje hier ). Ze kon op haar 83 ste nog precies vertellen hoe het was als hulp bij het gezin Van Biene: “Zulke lieve mensen. Ik at aan tafel mee, niet in de keuken zoals toen gebruikelijk. Willy’s vader hield aan huis kantoor voor een heel nieuw beroep: reclame. Hun prachtige meubels moest mevrouw verkopen toen meneer jong stierf. Ze verhuisden, mij kon ze ook niet meer betalen. Ik miste Willy. Ronald heeft gelijk, dat hij zo'n bijzondere jongen was. Ik kon dat joch ook nooit vergeten.”
“Goed dat u Het Verlaten Hotel schrijft,’ zei mevrouw Harteveld. ‘Want het gaat over haat en wat ervan kan komen. En het begint opnieuw, kijk maar naar de televisie. Voor de oorlog begonnen ze net zo te praten en te denken als nu. Degene met de grootste mond won. Ze zeiden dat sommige mensen minder waren. Die gingen ze haten uit jaloezie. Omdat de tijden slecht waren. ”
In de vijfde nieuwsbrief kun je zien waar Willy in die tijd woonde.